Stijging bbl-leerroute en stijging WW-uitkeringen onder jongeren tot 27 jaar
Het aantal inschrijvingen voor mbo-opleidingen daalt, terwijl de vraag naar mbo-gediplomeerden in sectoren zoals zorg, techniek en onderwijs hoog blijft. De afgelopen vijf jaar is een daling van 6% te zien in het aantal mbo-studenten jonger dan 27 jaar. De economische kwetsbaarheid van jongeren neemt toe. Het aantal WW-uitkeringen onder deze groep steeg ten opzichte van 2024 met 8%. Dit blijkt uit de Regioschetsen Basiscijfers Jeugd 2025/2026, het gezamenlijke rapport van UWV en SBB, dat een actueel beeld geeft van de kansen voor jongeren op de arbeids- en stagemarkt in alle 35 arbeidsmarktregio’s.
Bron: MBO-today
In schooljaar 2025/2026 staan 423.603 mbo-studenten ingeschreven in Nederland, een afname die samenhangt met een krimp in het voortgezet onderwijs. Interessant hierbij is de verschuiving tussen de beroepsopleidende leerweg (bol) en de beroepsbegeleidende leerweg (bbl): waar het aantal bol-studenten onder de 27 jaar in vijf jaar daalde met 11%, groeide het aantal bbl-studenten in dezelfde groep met 14%.
Binnen de bbl-opleiding combineren studenten leren en werken bij een erkend leerbedrijf om hun mbo-diploma te behalen. Dat deze leerroute groeit, is duidelijk zichtbaar: in regio’s zoals Rijnmond en Groot Amsterdam is het aantal bbl-studenten in de afgelopen vijf jaar zelfs met 25% toegenomen, ruim boven het landelijke gemiddelde. ‘Dat laat zien dat werken en leren voor steeds meer jongeren een aantrekkelijke route is’, zegt Melanie de Ruiter, themaleider arbeidsmarktonderzoek bij SBB.
Jongeren kwetsbaarder voor economische schomelingen
Jongeren hebben vaak een flexibel contract. Hierdoor zijn ze kwetsbaar voor economische schommelingen. In 2025 nam het aantal WW-uitkeringen toe met 3.444 uitkeringen tot 46.889 aan het eind van het jaar, een stijging van 8%. Dit is een minder sterke toename dan het jaar ervoor waarin de nieuwe uitkeringen onder jongeren met ongeveer 16% stegen.
De stijging van WW-uitkeringen onder jongeren vertraagde in 2025 tot 8%, na een groei van 16% het jaar ervoor. ‘Flexibele contracten maken hen extra kwetsbaar voor economische schommelingen’, vertelt Joselyn Faber, arbeidsmarktadviseur bij UWV. ‘Jongeren van nu zijn de medewerkers van de toekomst. Hun succes op de arbeidsmarkt is niet alleen hun verantwoordelijkheid, maar een gezamenlijke opdracht. Door te investeren in hun vaardigheden en hen te begeleiden in hun eerste cruciale jaren, leggen we de fundering voor een veerkrachtige arbeidsmarkt.’
Regionale verschillen
Regionaal zijn er verschillen in de WW-instroom van jongeren. In de meeste regio’s is het aantal uitkeringen onder jongeren toegenomen. In Groningen en Midden-Limburg zien we echter een minimale afname ten opzichte van 2024. In Groningen bijvoorbeeld komt dat door een aantal grote sectoren die minder gevoelig zijn voor economische schommelingen, zoals de zorg (een aantal grote ziekenhuizen), overheid en onderwijs.
Arbeidsmarkt iets ruimer, wel tekorten in techniek, zorg en onderwijs
De verhouding tussen vraag (mbo-vacatures) en aanbod (arbeidsmarktinstroom van mbo-gediplomeerden) bepaalt de mate van krapte op de arbeidsmarkt voor jongeren met dit opleidingsniveau. Landelijk wordt verwacht dat het aantal mbo-gediplomeerden tussen 2025 en 2030 met 1% afneemt, en dat het aantal mbo-vacatures geschikt voor recent mbo-gediplomeerden met 2% afneemt. Hierdoor lijkt de arbeidsmarkt gemiddeld wat ruimer te worden. Tegelijkertijd blijven structurele tekorten bestaan in de techniek, zorg en onderwijs. Deze structurele knelpunten ontstaan door vergrijzing, toenemende vervangingsvraag en een beperkte instroom van nieuwe vakmensen.
Belang van regionale verschillen en sectorale benadering
De Regioschetsen laten zien dat de kansen voor jongeren verschillen per regio en sector. Dit maakt een regionale en sectorale aanpak essentieel. Het rapport is samengesteld door SBB en UWV om professionals in alle 35 arbeidsmarktregio’s te ondersteunen bij het verbeteren van de aansluiting tussen opleiding en arbeidsmarkt.